Het gezin waarin ik opgroeide bestond uit vader, moeder en zes kinderen. Ik werd als vierde kind geboren zeven jaren na de tweede wereldoorlog. De sfeer in huis was: niet zeuren maar doorpakken. Dat deed ik zo goed als ik kon. Voor de emotionele ontwikkeling was destijds weinig aandacht. Dat resulteerde voor mij in veel depressieve gevoelens in de periode van kind naar volwassenheid. Ik kreeg sterk de behoefte om mijn eigen leven te leiden. Dat begon op mijn achttiende jaar. Ik ging uit huis, verhuisde naar een andere plaats, studeerde en werkte. Een jaar nadien overleed mijn vader. Dat had veel impact op mij en ik voelde me verweesd, ondanks de aanwezigheid van mijn moeder elders. Vanuit een diep gevoel van eenzaamheid kreeg ik ongezonde relaties. Na een tijd van samenwonen trouwde ik onder druk van mijn moeder. Het huwelijk liep stuk na acht jaren en ik vervolgde mijn leven als alleenstaand ouder met twee kleine kinderen.
Dat was geen gemakkelijke tijd. Intussen zijn we ongeveer veertig jaar verder. De kinderen zijn volwassen en hebben hun eigen leven goed opgepakt. Dat is voor een ouder een groot geschenk.
